|
De TBS is een maatregel die is bedoeld voor veroordeelden die verminderd toerekeningsvatbaar zijn vanwege een stoornis. Er moet een verband zijn tussen de stoornis van de veroordeelde en het misdrijf dat hij heeft begaan. Een veroordeelde krijgt dan een behandeling, die terugkeer naar de maatschappij tot doel heeft. Dat klinkt helder en duidelijk. Maar hoe gaat het in de praktijk en wat doe ik als geestelijk verzorger in een dergelijk systeem.
Drie keer in de week stap ik de hekken van het FPC, forensisch psychiatrisch centrum binnen. De hekken sluiten achter mij met een doffe klap. Nog even neem ik dan automatisch een grote hap verse lucht en ben binnen. Binnen komt de geur van eten, vuilnis, zweet mij tegemoet; teveel mensen die moeten verblijven op een te kleine ruimte. Mijn eigen kamer geeft mij de mogelijkheid om mijn eigen geur en kleur in te brengen. Ik ben bevoordeeld door de grote ruimte die ik daar als humanistisch geestelijk verzorger heb. Toegankelijk voor een ieder, een ruimte zonder tralies en met uitzicht op een prachtige door een architect aangelegde vijverpartij. Een ruimte die bij mij past door de inrichting. Een vrije ruimte waar je jezelf kan en mag zijn. De randvoorwaarden zijn goed, dus nu komt het op mij aan. Een van de belangrijkste dingen die ik doe is betrokken zijn op een authentieke manier. Dan heb je de grootste klap al gemaakt. Nu kun je aan mij vrij snel zien wat ik ervaar, denk en voel. Dat straal ik aan alle kanten uit, dus heb ik deze handicap maar verheven tot mijn gereedschap, en dat werkt gelukkig! Mijn taalgebruik probeer ik zoveel mogelijk gewoon te houden, dus geen hulpverlenerstaal. Geen zinnen als “ ik heb het gevoel dat jij boos bent” als je ziet dat iemand uit elkaar spat. Vroeger in een vorig leven was ik hulpverlener, ik ken dat taalgebruik dus goed. En moet bekennen dat het jargon dat ik daar gebruikte verleidelijk is op momenten dat ik het even niet weet of dien te zwijgen. En dan de inhoud van de gesprekken. Ze gaan over verschillende onderwerpen; eenzaamheid, schuldig zijn aan een misdrijf; jezelf kunnen vergeven; seksualiteit; dood willen zijn; overleven et cetera. De mensen komen op eigen initiatief en willen dus ook een inhoudelijk gesprek. De diepgang is verschillend, afhankelijk van de draagkracht, ziektebeeld en intelligentie van de ander en natuurlijk van mijn wijze van aanwezig willen en kunnen zijn op dat moment. Mensen zijn open en vertellen veel van wat hen bezighoudt, vaak intieme zaken. Men weet dat ik niets van dit alles meld bij de behandelaars, niets opschrijf en niets in het kader van een behandeling plaats. Dit klink nogal gelikt, maar soms zakt mij de moed ook in de schoenen. Zoveel ellende, onzekerheid, verdriet, uitzichtloosheid en machteloosheid tegenover het systeem. Kan ik iets daarin veranderen? Lijd ik dan aan het Florence Nightingale syndroom? Maak ik mij groter dan ik ben? Ik moet bekennen dat ik het af en toe zwaar vindt om in de FPC te werken. Een behandeling hoort 6 jaar te duren, maar inmiddels zijn er cijfers die erop wijzen dat een behandeling gemiddeld 11 jaar duurt. Veel behandelingen eindigen met een long-stay aanvraag. Voor sommige mensen een passende plek. Maar hoe richt je die dan in en hoe toets je hoe lang mag long-stay duren. Aanvragen tot verlof, begeleid en onbegeleid, worden de laatste tijd vaak tegengehouden in Den Haag, dus stapsgewijs terugkeer in de maatschappij gaat dan erg langzaam. Justitie hanteert beveiliging, repressie in mijn ogen steeds nadrukkelijker. De maatschappelijke, politieke beroering is als er een incident is rondom een TBS’er zo groot dat de hele groep van TBS ‘ers daar de gevolgen van ondervindt. Bijvoorbeeld door het intrekken van de landelijke verloven, of door het instellen van nog meer commissie’s die de aanvragen tot verlof extra toetsen. De lengte van behandeling staat in veel gevallen niet meer in verhouding tot het gepleegde delict. En wanneer is iemand uitbehandeld? Behandelteams veranderen voortdurend van samenstelling; soms verandert daarmee ook de diagnose van een patiënt en dus ook de therapievorm. Hoe moet een persoon zijn na de behandeling, aan welke eisen moet hij voldoen? Moet hij lijken op zijn behandelaars of mag hij ook nog iets van zijn eigenheid, eigen cultuur behouden? En bovendien: hoe laat je in een dergelijk systeem zien dat je niet terug zal vallen in het oude gedrag. Vragen die mij voortdurend plagen. Één ding weet ik zeker: 100 % veiligheid bestaat niet in het leven, dat is een illusie. Het vraagt moed van het personeel binnen klinieken, en van de politiek, om deze illusie en onderliggende angst in de maatschappij tegemoet te treden. En het vraagt van geestelijke verzorgers en hun zendende instanties daadkracht en moed om misstanden binnen de tbs -wereld aan de orde te stellen. Jeannette van der Meijde december 2009 
|